ECLI:NL:GHARL:2016:4935
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening in bijdrage minderjarige
De vrouw heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om de man te veroordelen tot een maandelijkse bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind. De rechtbank wees dit verzoek toe en stelde de bijdrage vast op €450 per maand, uitvoerbaar bij voorraad. De man verscheen niet in eerste aanleg en stelde hoger beroep in, maar ruim na de wettelijke termijn van drie maanden.
De man voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de procedure en de beschikking niet had ontvangen, waardoor de beroepstermijn pas later zou zijn aangevangen. Hij stelde dat de strikte toepassing van artikel 806 Rv Pro in strijd is met artikel 6 EVRM Pro, omdat dit zijn toegang tot de rechter belemmert. Het hof oordeelde dat de beschikking rechtsgeldig aangetekend aan het juiste adres was verzonden en dat het risico van niet-lezen of niet-afhalen van post voor rekening van de man komt.
Het hof overwoog dat de beroepstermijn van drie maanden een legitiem doel dient, namelijk rechtszekerheid, en dat deze termijn in redelijke verhouding staat tot dat doel. Er was geen sprake van bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. Het feit dat de advocaat van de man geen oproep ontving deed hieraan niet af. Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en bepaalde dat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening van het beroepschrift.