Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling van de grieven en de vordering
6.De slotsom
€ 311,-_
€ 894,-(1 punt x tarief II)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de vraag centraal of de door appellant gebouwde stenen muur nabij de erfgrens onrechtmatig is en in strijd met artikel 5:49 BW Pro. Geïntimeerde vordert verwijdering van de muur en herstel van de oorspronkelijke erfafscheiding. De voorzieningenrechter had een bouwstop opgelegd.
Het hof stelt vast dat de stenen muur zich op het perceel van appellant bevindt en dat er geen bewijs is geleverd van overdracht van het strookje grond tussen de oorspronkelijke en de vermeende nieuwe erfgrens aan geïntimeerde. Hierdoor kan de muur niet als mandelig of gemeenschappelijk eigendom worden aangemerkt.
Verder oordeelt het hof dat artikel 5:49 BW Pro geen algemeen voorschrift bevat voor de maximale hoogte van scheidsmuren, maar alleen regelt dat medewerking op gemeenschappelijke kosten kan worden gevorderd. Er is onvoldoende concreet bewijs van onrechtmatige hinder of onevenredigheid. Daarom is de bouwstop niet gerechtvaardigd.
Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vordering van geïntimeerde af. Tevens veroordeelt het hof geïntimeerde in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot verwijdering van de stenen muur af en vernietigt het eerdere vonnis.