ECLI:NL:GHARL:2016:4314
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.J. Beswerda
- W.M. van Schuijlenburg
- H.M. Poelman
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens onrechtmatige gevangenneming en overschrijding redelijke termijn
Verdachte was aanvankelijk in voorlopige hechtenis gesteld op 22 oktober 2015 voor meerdere autodiefstallen. Op 19 januari 2016 werd een nieuwe gevangenneming bevolen voor een andere verdenking van brandstichting, terwijl verdachte zich nog in voorlopige hechtenis bevond.
Het hof oordeelt dat op grond van artikel 65 Wetboek Pro van Strafvordering een nieuwe gevangenneming niet kan worden bevolen zolang de verdachte al in voorlopige hechtenis is. Daarom is de gevangenneming van 19 januari 2016 onrechtmatig en dient de daarop gebaseerde voorlopige hechtenis te worden opgeheven.
Daarnaast constateert het hof dat de voorlopige hechtenis op basis van het bevel van 22 oktober 2015 ook moet worden opgeheven omdat de hechtenis langer duurt dan de uiteindelijke straf of maatregel, zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering. De officier van justitie had bovendien een vordering ex artikel 67b moeten indienen om de verdenking van brandstichting onder het bestaande bevel te brengen.
Het hof heft daarom de voorlopige hechtenis op zowel op basis van het bevel van 19 januari 2016 als dat van 22 oktober 2015.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven wegens onrechtmatige gevangenneming en overschrijding van de redelijke termijn.