Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht
De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 10 november 2014 te [plaats 1] , (althans) in de gemeente [gemeente 1] , opzettelijk een hoeveelheid geld (te weten: 3000 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geld verdachte anders dan door misdrijf, onder zich had, te weten op grond van een op 13 maart 2014 door verdachte en [benadeelde 2] opgemaakte en/of getekende schriftelijke overeenkomst - zakelijk weergegeven -
hij (op verschillende data en/of tijdstippen gelegen) in of omstreeks de periode van 4 april 2009 tot en met 9 september 2014 te [plaats 2] , (althans) in de gemeente [gemeente 2] en/of te [plaats 1] , (althans) in de gemeente [gemeente 1] , in elk geval in Nederland, meermalen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door een of meer listige kunstgrepen en/of (telkens) door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) [benadeelde 3] heeft bewogen tot de afgifte van geld (in totaal (ongeveer) 324.800 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte (telkens) met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [benadeelde 3] (onder meer) verteld (zakelijk weergegeven) dat hij verdachte,
Bewezenverklaring
hij op data en/of tijdstippen gelegen in de periode van 1 oktober 2013 tot en met 18 augustus 2014 te [plaats 1] , in de gemeente [gemeente 1] , meermalen met [benadeelde 1] , geboren op
hij in de periode van 1 januari 2014 tot en met 10 november 2014 te [plaats 1] , in de gemeente [gemeente 1] , opzettelijk een hoeveelheid geld, te weten: 3000 euro, toebehorende aan [benadeelde 2] , welk geld verdachte anders dan door misdrijf, onder zich had, te weten op grond van een onderlinge overeenkomst inhoudende dat [benadeelde 2] voornoemd geldbedrag aan verdachte in bewaring heeft gegeven onder gehoudenheid tot directe opname, te allen tijde, door [benadeelde 2] en/of haar wettelijke erfgenamen en met de toezegging en onder gehoudenheid het geld op de bankrekening van de kerk te zetten, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
hij op data en tijdstippen gelegen in de periode van 4 april 2009 tot en met
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) jaren.
1 (één) jaar, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
10 (tien) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 10 (tien) jaren of ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
dadelijk uitvoerbaar zijn,
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
€ 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 10.000,00 (tienduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
85 (vijfentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
€ 3.076,61 (drieduizend zesenzeventig euro en eenenzestig cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 3.076,61 (drieduizend zesenzeventig euro en eenenzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
40 (veertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
€ 312.971,00 (driehonderdtwaalfduizend negenhonderdeenenzeventig euro) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 312.971,00 (driehonderdtwaalfduizend negenhonderdeenenzeventig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
365 (driehonderdvijfenzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.