Uitspraak
[appellant],
Triacc,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De werknemer was van april 2010 tot januari 2013 in dienst bij Triacc Adviseurs & Accountants B.V. Hij had vakantie aangevraagd voor de periode juli-augustus 2012, waarop de werkgever niet reageerde. Vanaf juni 2012 werd de werknemer op non-actief gesteld vanwege een op handen zijnde ontslagprocedure. Bij de eindafrekening hield de werkgever rekening met opgenomen verlofuren, waaronder de zomervakantie en een gebruikelijke bedrijfssluiting tussen Kerst en Nieuwjaar.
De kantonrechter wees de vordering van de werknemer af, stellende dat de vakantie was vastgesteld voordat de non-actiefstelling plaatsvond en dat de werknemer niet had aangegeven de verlofuren te willen intrekken. Ook de vordering over de kerstperiode werd afgewezen omdat dit een gebruikelijke bedrijfssluiting betrof.
In hoger beroep stelde de werknemer dat hij door de non-actiefstelling en procedures niet van de vakantiedagen had kunnen genieten en dat hij niet had ingestemd met de opname van deze dagen. Het hof verwierp dit voor de zomervakantie, omdat de vakantie was vastgesteld en de werknemer geen bezwaar had gemaakt. Voor de kerstperiode oordeelde het hof echter dat de werkgever niet had voldaan aan de wettelijke vereisten voor eenzijdige aanwijzing van verlofuren en kende de werknemer een vergoeding toe voor 32 verlofuren, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter voor zover het de kerstvakantie betrof, veroordeelde de werkgever tot betaling van de vergoeding en incassokosten, en compenseerde de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Werknemer krijgt vergoeding voor niet-genoten verlofuren tijdens kerstperiode, maar niet voor zomervakantie tijdens non-actiefstelling.