Uitspraak
kantoorhoudende te [plaats] .
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze bestuursrechtelijke zaak werd het hoger beroep behandeld tegen een beslissing van de kantonrechter die de beslissing van de officier van justitie had vernietigd wegens schending van de hoorplicht jegens betrokkene. De kantonrechter had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie vernietigd, maar het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen.
De gemachtigde van betrokkene stelde in hoger beroep dat de beslissing van de officier van justitie ook vernietigd moest worden vanwege het niet horen van betrokkene, het niet toestaan van aanvulling van het beroep en schending van de motiveringsplicht. Het hof oordeelde dat de kantonrechter terecht had geoordeeld dat betrokkene niet was gehoord en dat dit voldoende was voor vernietiging van de beslissing van de officier van justitie. Andere bezwaren behoefden geen bespreking.
Het hof verwierp de stelling dat de schending van de hoorplicht ook tot vernietiging van de inleidende beschikking of matiging van de sanctie moest leiden, omdat het een gebrekkige totstandkoming van de beslissing van de officier van justitie betrof en niet van de inleidende beschikking.
Verder oordeelde het hof dat bij gedeeltelijk gelijk van betrokkene aanleiding bestaat tot toekenning van proceskostenvergoeding, tenzij sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht, wat niet het geval was. Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding alsnog toegewezen voor de procedure bij de kantonrechter en het hoger beroep, met een forfaitair bedrag van €487,-.
Het arrest bevestigt de vernietiging van de beslissing van de officier van justitie en wijst de proceskostenvergoeding toe.
Uitkomst: Beslissing van de officier van justitie vernietigd wegens schending hoorplicht; proceskostenvergoeding van €487 toegewezen.