Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
de man,
de vrouw,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
dat de nalatenschappen van haar ouders nog niet definitief zijn verdeeld'gaat niet alleen voorbij aan doel en strekking van het informatieverzoek van het hof en de op haar ingevolge artikel 21 Rv Pro rustende verplichting om alle voor de beslissing relevante feiten volledig en naar waarheid aan te voeren, maar is ook strijdig met de partiële verdeling die ten aanzien van de boerderij en land heeft plaatsgevonden naar aanleiding van het vonnis in kort geding. Het had op de weg van de vrouw gelegen om het hof (en de man) in te lichten over deze partiële verdeling van de nalatenschap van haar ouders en het in dat kader door haar op 15 juli 1999 ontvangen bedrag van € 181.512,-, zo nodig voorzien van het voorbehoud over de voorlopige voorziening en bodemprocedure die zij daarbij thans heeft gemaakt. De vrouw heeft dit nagelaten.
'het eventuele probleem met de rekening-courant (…) heeft zichzelf opgelost doordat die schuld geheel is afgelost (…)'.