ECLI:NL:GHARL:2016:2930
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijfplaats en zorgregeling minderjarige na scheiding ouders
De zaak betreft een geschil tussen de ouders over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van hun minderjarige kind na hun scheiding. De vader was in eerste aanleg toegewezen als hoofdverzorger, waarbij de moeder zorg had in het weekend. De moeder wilde het hoofdverblijf bij haar verkrijgen en een ruimere zorgregeling.
In hoger beroep heeft het hof het verzoek van de vader om schorsing van de uitvoerbaarheid van de beschikking van de rechtbank afgewezen. Beide ouders wijzigden hun verzoeken ten aanzien van de zorgregeling. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming gaven aan dat de huidige zorgregeling te belastend is voor het kind en dat het in het belang is dat het hoofdverblijf bij de vader blijft.
Het hof oordeelde dat het kind al langere tijd bij de vader woont, dat het belangrijk is dat de ouders hun rollen als verzorgende en niet-verzorgende ouder accepteren, en dat het kind rust nodig heeft voor een positieve ontwikkeling. Daarom werd de beschikking van de rechtbank over het hoofdverblijf bekrachtigd en de zorgregeling gewijzigd naar één weekend per veertien dagen bij de moeder, met aanvullende afspraken over schoolvakanties en feestdagen. De ouders worden aangemoedigd om flexibel en in overleg te blijven handelen.
Uitkomst: Het hoofdverblijf van de minderjarige blijft bij de vader en de zorgregeling wordt gewijzigd naar één weekend per veertien dagen bij de moeder.