Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de bewindvoerder,
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de bewindvoerder,
2 De gedingen in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De omvang van het geschil
primair: voor recht te verklaren dat bij de beoordeling van de rekening en verantwoording over het jaar 2013 en alle daarna volgende jaren de oprichting van de BV, de schenking van de aandelen in de BV door de vader aan de rechthebbende, het daarin belegde vermogen van de rechthebbende, dan wel alle andere zaken verband houdende met de BV geen belemmering vormen voor goedkeuring van die rekening en verantwoording
,
meer subsidiair: - indien de machtiging niet wordt verleend en de BV wél moet worden geliquideerd - een liquidatietermijn vast te stellen van één jaar gerekend vanaf de datum waarop de door het hof te geven beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.