ECLI:NL:GHARL:2016:2561
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- A Smeeïng-van Hees
- R. Krijger
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Beëindiging voogdij pleegmoeder wegens bedreiging ontwikkeling minderjarige
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 31 maart 2016 in hoger beroep de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland bekrachtigd waarbij de voogdij van de pleegmoeder over het kind werd beëindigd en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd werd benoemd.
Het kind is kort na geboorte uit huis geplaatst en verbleef vanaf september 2007 bij de pleegouders. Vanwege ernstige gedragsproblemen binnen het pleeggezin en mogelijke mishandeling is het kind in februari 2014 onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst in een ander pleeggezin, thans een gezinshuis. Uit forensisch psychologisch onderzoek bleek dat het kind sociaal-emotionele problematiek vertoont, waaronder onveilige gehechtheid en parentificatie, mede veroorzaakt door de onrustige thuissituatie.
De pleegmoeder voerde in hoger beroep aan dat zij de voogdij wilde behouden om de omgang en belangen van het kind te blijven behartigen. Het hof oordeelde echter dat de voogdij bij de pleegmoeder een belemmering vormt voor de noodzakelijke stabiliteit en continuïteit in de opvoedingssituatie van het kind. De GI is daarom aangewezen als neutrale en professionele voogd die de belangen van het kind beter kan behartigen.
De voogdij is beëindigd omdat het kind zodanig opgroeit dat haar ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de pleegmoeder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding adequaat te dragen binnen een aanvaardbare termijn. Het hof bekrachtigde daarmee de eerdere beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: De voogdij van de pleegmoeder over het kind wordt beëindigd en de gecertificeerde instelling benoemd tot nieuwe voogd.