In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 maart 2016 uitspraak gedaan over het hoger beroep van de officier van justitie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland. De rechtbank had verzoeker een vergoeding van € 25.260,77 toegekend voor gemaakte kosten van rechtsbijstand in een strafzaak. De officier van justitie stelde dat het gehanteerde uurtarief van € 665,- en de inzet van meerdere advocaten onredelijk hoog waren, en verzocht om matiging van de vergoeding.
Het hof heeft het verzoek tot matiging beoordeeld aan de hand van de declaraties, de aard van de zaak en het belang voor verzoeker, die als coffeeshophouder te maken had met een relatief complexe hennepzaak. Het hof oordeelde dat de kosten niet onredelijk hoog waren, dat de inzet van meerdere advocaten gerechtvaardigd was en dat er sprake was van aanvullende werkzaamheden in plaats van dubbele declaraties.
Daarom wees het hof het hoger beroep van de officier van justitie af en bevestigde de door de rechtbank toegekende vergoeding. Tevens kende het hof verzoeker een vergoeding toe voor de kosten van de behandeling van het hoger beroep van € 270,-. De beschikking werd gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.