ECLI:NL:GHARL:2016:220
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Doorbreking appelverbod wegens schending hoor en wederhoor in bestuursstrafzaak
In deze bestuursstrafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 15 januari 2016 een tussenarrest gewezen in hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 16 april 2014. De betrokkene had beroep ingesteld tegen de afwijzing van een verzoek tot vergoeding van proceskosten. De officier van justitie had het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond verklaard en de beschikking vernietigd, maar het kostenverzoek afgewezen.
De kantonrechter had het kostenverzoek afgewezen zonder partijen in de gelegenheid te stellen hun zienswijze op een openbare zitting toe te lichten, hetgeen in strijd is met artikel 12, eerste lid, WAHV. De gemachtigde van de betrokkene stelde dat dit een schending van het beginsel van hoor en wederhoor opleverde. Het hof oordeelde dat deze schending een fundamentele schending van behoorlijke rechtspleging vormt, die rechtvaardigt dat het appelverbod van artikel 14, eerste lid, WAHV wordt doorbroken.
Het hof besloot daarom de zaak aan te wijzen voor behandeling ter zitting, zodat de betrokkene alsnog in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze toe te lichten. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden totdat de zitting heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: Het hof doorbreekt het appelverbod en bepaalt dat de zaak ter zitting behandeld wordt vanwege schending van het hoor en wederhoor-beginsel.