ECLI:NL:GHARL:2016:2122
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing spoedeisende vorderingen tot uithuisplaatsing en vervanging gezinsvoogd
In deze zaak vordert de vader spoedeisende maatregelen in kort geding, waaronder de uithuisplaatsing van zijn minderjarige dochter, de vervanging van de gezinsvoogd, en het bieden van professionele hulp. De voorzieningenrechter wees deze vorderingen af, waarna de vader in hoger beroep ging.
Het hof overweegt dat de vader onvoldoende spoedeisend belang heeft aangetoond voor de uithuisplaatsing, mede omdat deze alleen kan worden bevolen indien noodzakelijk in het belang van het kind en er geen minder ingrijpende alternatieven zijn. Ook de vordering tot vervanging van de gezinsvoogd wordt afgewezen, ondanks de slechte werkrelatie, omdat niet is komen vast te staan dat de gezinsvoogd zijn taak niet naar behoren vervult.
Daarnaast wijst het hof de overige vorderingen af, onder meer omdat de juiste procedure niet is gevolgd en er geen spoedeisend belang is. Het bewijsaanbod van de vader wordt niet gehonoreerd gezien de aard van het kort geding. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en veroordeelt de vader in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de spoedeisende vorderingen van de vader afwijst wegens gebrek aan spoedeisend belang.