Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
Vraag:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd over de jaren 2007, 2008 en 2009 met bijbehorende boetes en heffingsrente. Hij maakte bezwaar, maar de Inspecteur verklaarde deze niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de aanslagen en heffingsrente ongegrond, maar matigde de boetes met 35%.
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Tijdens de zitting verscheen alleen de Inspecteur; belanghebbende en zijn gemachtigde waren afwezig. Het hof onderzocht of het bezwaar tijdig was ingediend. De verklaringen over verzending van het bezwaarschrift waren onvoldoende om tijdige indiening aannemelijk te maken. Het hof volgde de rechtbank in het oordeel dat het bezwaar niet tijdig was ontvangen en dus niet-ontvankelijk is.
Verder bevestigde het hof de door de rechtbank verminderde boetes als passend en geboden. Omdat het bezwaar tegen de aanslagen en heffingsrente niet-ontvankelijk is, geldt dit ook voor de bezwaren tegen de heffingsrente. Het hoger beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard. Het hof legde geen proceskosten op.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij het bezwaar niet-ontvankelijk is en de boetes met 35% zijn gematigd.