ECLI:NL:GHARL:2016:1698
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verschoning van raadsheer afgewezen wegens ontbreken zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid
In deze zaak diende mr. De Boer, raadsheer-commissaris bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, een verzoek tot verschoning in naar aanleiding van een incidentele ontmoeting met een bestuurder van een partij tijdens vrijwilligerswerk bij een voetbalclub. Hij vreesde dat deze betrokkenheid aanleiding kon geven tot twijfel aan zijn onpartijdigheid.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter uit hoofde van zijn functie onpartijdig wordt vermoed, en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot verschoning kunnen leiden. De enkele ontmoeting en het feit dat de zoon van mr. De Boer deelneemt aan een scheidsrechteropleiding bij dezelfde voetbalclub, werden niet als zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid gezien.
De wrakingskamer benadrukte dat mr. De Boer zelf niet stelde dat hij onpartijdig was, maar dat het ging om een mogelijke schijn van partijdigheid. Gezien het ontbreken van een persoonlijke relatie en het incidentele karakter van de contacten, werd het verzoek afgewezen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2016.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van mr. De Boer is afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.