ECLI:NL:GHARL:2016:1449

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 februari 2016
Publicatiedatum
24 februari 2016
Zaaknummer
WAHV 200.176.665
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13, derde lid, WAHV
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen hoger beroep ingesteld tegen beslissing kantonrechter in bestuursstrafzaak

De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 7 augustus 2015. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene tegen een beslissing van het Openbaar Ministerie ongegrond verklaard.

De gemachtigde van de betrokkene diende een schrijven in dat door de griffier van de rechtbank als beroepschrift werd aangemerkt en aan het hof werd toegezonden. Het hof verzocht de gemachtigde om schriftelijk te bevestigen of hoger beroep werd ingesteld en de gronden daarvan op te geven, maar hier werd geen gebruik van gemaakt.

Het hof oordeelde dat uit het ingediende schrijven niet blijkt dat er een voorziening wordt gevraagd tegen de beslissing van de kantonrechter. De inhoud van het schrijven gaf eerder blijk van onvrede over de procedure dan van een daadwerkelijke wens tot hoger beroep.

Daarom verstaat het hof dat geen hoger beroep is ingesteld en verklaart het arrest dienovereenkomstig. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in openbare zitting.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart dat geen hoger beroep is ingesteld en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

WAHV 200.176.665
24 februari 2016
CJIB 181656311
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland
van 7 augustus 2015
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

Op 14 augustus 2015 heeft de rechtbank Gelderland een schrijven van de gemachtigde van de betrokkene d.d. 10 augustus 2015 ontvangen.
De griffier van de rechtbank heeft het schrijven van de gemachtigde van de betrokkene aangemerkt als beroepschrift, gericht tegen de beslissing van de kantonrechter van 7 augustus 2015. Vervolgens zijn voormeld schrijven en de gedingstukken aan de griffier van het hof gezonden.
Bij brief van 13 januari 2016 heeft de griffier van het hof de gemachtigde van de betrokkene verzocht schriftelijk mee te delen of bedoeld is hoger beroep in te stellen en de gronden van het beroep op te geven. De gemachtigde van de betrokkene heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Het hof stelt voorop dat een geschrift slechts dan als een beroepschrift in hoger beroep kan worden beschouwd indien daaruit blijkt van de wil, althans de kennelijke bedoeling van de betrokkene om bij het hof Arnhem-Leeuwarden hogere voorziening te vragen van een uitspraak van de kantonrechter. Uit het dossier blijkt dat de kantonrechter de zaak van de betrokkene op 7 augustus 2015 ter zitting heeft behandeld en daarop heeft beslist. Een afschrift van de aantekening van de beslissing als bedoeld in artikel 13, derde lid, WAHV is op 3 september 2015 aan de gemachtigde van de betrokkene toegezonden. De gemachtigde van de betrokkene deelt in haar brief van 10 augustus 2015 mee dat haar na het bijwonen van de zitting van de kantonrechter nog iets van het hart moet, te weten dat een voor de maatschappij kostbare rechtszaak wat haar betreft niet nodig was geweest. Zij wilde weliswaar graag gehoord worden omdat zij het gevoel had dat er iets oneerlijks was gebeurd, maar wat haar betreft had een telefonisch contact, ongeacht de uitkomst, kunnen volstaan. Uit dit schrijven kan niet blijken dat (prematuur) voorziening wordt gevraagd van de beslissing van de kantonrechter.
2. Gelet op het voorgaande, zal het hof verstaan dat geen hoger beroep is ingesteld.

Beslissing

Het gerechtshof:
verstaat dat geen hoger beroep is ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.