Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
16 februari 2016
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Zwolle(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende erfde aandelen in een BV die eigenaar is van een NSW-landgoed met daarop drie woningen en overige gronden. De Inspecteur stelde de erfbelasting vast op basis van een waarde van het landgoed waarbij de waarde van de overige gronden buiten de WOZ-waarde was gelaten. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de waarde van de overige gronden niet apart belast mocht worden omdat de WOZ-waarde van de woningen al was vastgesteld zonder deze gronden.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd. Het Gerechtshof heeft het hoger beroep van belanghebbende behandeld en geoordeeld dat hoewel de overige gronden buiten de WOZ-waarde blijven, deze gronden wel belastbaar zijn voor de erfbelasting op basis van hun waarde in het economische verkeer.
Het hof baseerde zich op de uitleg van artikel 21 lid 5 van Pro de Successiewet 1956 en de Wet WOZ, alsmede op de wetsgeschiedenis waaruit blijkt dat de WOZ-waarde niet altijd een volledige waardering van NSW-landgoederen omvat. Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.