ECLI:NL:GHARL:2016:10668

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 mei 2016
Publicatiedatum
2 mei 2017
Zaaknummer
21-005831-15
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14g SrArt. 14h SrArt. 14i SrArt. 14j SrArt. 23 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging straf voor opzettelijke belediging van ambtenaar tijdens rechtmatige bediening

Op 17 juli 2015 heeft verdachte te Utrecht tijdens de rechtmatige uitoefening van zijn bediening een ambtenaar mondeling beledigende woorden toegevoegd, waaronder "kankerlijer", "je kankermoeder" en "ik neuk je moeder". Verdachte stelde dat hij deze woorden op afstand riep uit frustratie en ontkende opzet, maar het hof verwierp dit verweer vanwege de ernst en gerichtheid van de beledigingen.

Het hof achtte het bewezen dat verdachte opzettelijk de ambtenaar heeft beledigd en sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen. De strafbare feiten kwalificeerden als eenvoudige belediging gericht tegen een ambtenaar tijdens diens rechtmatige bediening.

De rechtbank Midden-Nederland had eerder een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd, waarvan de tenuitvoerlegging nu werd gelast omdat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig had gemaakt aan een strafbaar feit. Het hof legde een geldboete van €400 op en achtte acht dagen hechtenis passend, met vervanging door vijf dagen gevangenisstraf bij niet-betaling.

Het vonnis van de politierechter werd vernietigd vanwege de strafoplegging en het hof deed opnieuw recht. De wijze van aanhouding van verdachte werd niet als strafverminderende omstandigheid erkend.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €400 en acht dagen hechtenis, met gelaste tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005831-15
Uitspraak d.d.: 9 mei 2016
TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 13 oktober 2015 met parketnummer 16-142855-15 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 16-222607-13, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 april 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. M.J.A. Bakker, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 17 juli 2015 te Utrecht, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid en in het openbaar mondeling heeft toegevoegd de woorden: "kankerlijer", "je kankermoeder" en "ik neuk je moeder", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte iets heeft geroepen op een afstand van 50 meter van de betreffende agent en dat hij dit deed om zijn frustratie te uiten. Het opzet op de belediging ontbreekt derhalve, aldus de raadsman. Het hof verwerpt het verweer. De door verdachte gebezigde woorden, die niet alleen door [verbalisant] maar ook door andere verbalisanten zijn gehoord, hebben immers op zichzelf genomen een beledigend karakter. Zij zijn gericht gebruikt tegen de betrokken agent en hebben daarmee de strekking deze agent aan te randen in zijn eer en goede naam. Omstandigheden waardoor dit beledigende karakter aan de uitlatingen van verdachte zou komen te ontvallen zijn niet aannemelijk geworden. Gelet hierop kan het niet anders dan dat verdachte opzet heeft gehad om de agent te beledigen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op
of omstreeks17 juli 2015 te Utrecht, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant], gedurende
en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid en in het openbaar mondeling heeft toegevoegd de woorden: "kankerlijer", "je kankermoeder" en "ik neuk je moeder",
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de wijze waarop verdachte is aangehouden, geen aanleiding vormt om hiermee bij de bepaling van de strafmaat rekening te houden.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 4 februari 2014 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 dagen, parketnummer 16-222607-13. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 14h, 14i, 14j, 23, 24, 24c, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 400,00 (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
8 (acht) dagen hechtenis.
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 4 februari 2014, parketnummer 16-222607-13, te weten van: een
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) dagen.
Aldus gewezen door
mr. J.P. Bordes, voorzitter,
mr. J.W. Rijkers en mr. M.M.L.A.T. Doll, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I.I.D. Leene, griffier,
en op 9 mei 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 9 mei 2016.
Tegenwoordig:
mr. F.A.M. Bakker, voorzitter,
mr. A.A. Schut, advocaat-generaal,
mr. C.J. Broersma, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.