Uitspraak
1.[de moeder] ,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing
5.De slotsom
De beslissing
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de kinderrechter die de omgangsregeling met zijn kinderen drastisch beperkte tot zes dagen per jaar onder begeleiding. De vader verzocht om uitbreiding van de omgangsregeling, waarbij hij meerdere subsidiële verzoeken indiende, waaronder een opbouw volgens het advies van de Raad voor de Kinderbescherming.
De GI (gezinsvoogd) betwistte het hoger beroep en stelde dat de vader de kinderen belast met volwassenenproblematiek en niet leerbaar is. Het hof stelde vast dat de zorgen over een vermeende zelfmoordpoging van de vader niet gegrond waren, waardoor de fysieke veiligheidszorgen moesten worden gerelativeerd. Wel constateerde het hof zorgelijk gedrag van de vader dat de kinderen belast, zoals zorgelijke uitspraken, nachtelijk contact en onduidelijkheid over verstrekte pillen.
Het hof oordeelde dat hoewel de omgang beperkt moet blijven vanwege het gedrag van de vader, de drastische beperking van de kinderrechter niet passend was. Daarom vernietigde het hof de beschikking en wijzigde de omgangsregeling naar een begeleide omgang van één dag per maand, met een evaluatie na zes maanden om te bezien of uitbreiding mogelijk is.
Het hof benadrukte dat het nu aan de vader is om zich verantwoordelijk te gedragen en het contact met de kinderen onbelast te laten verlopen, zodat verdere uitbreiding van de omgang mogelijk wordt.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de kinderrechter en wijzigt de omgangsregeling naar een begeleide omgang van één dag per maand met evaluatie na zes maanden.