Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland inzake meineed gepleegd door verdachte op 23 februari 2012 tijdens een terechtzitting in de zaak tegen een medeverdachte. Verdachte had onder ede gelogen over zijn betrokkenheid bij een overval en de rol van een ander persoon.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk een valse verklaring onder ede had afgelegd, waarmee hij de waarheidsvinding in de strafzaak ondermijnde. Verdachte werd vrijgesproken van andere tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.
Gezien de ernst van het feit en de recidive van verdachte, die meerdere eerdere veroordelingen had, was de gebruikelijke straf twaalf weken gevangenisstraf. De raadsman voerde echter aan dat verdachte tijdens zijn langdurige detentie blijk gaf van gedragsverbetering en scholing had gevolgd.
Het hof matigde daarom de straf tot zes weken onvoorwaardelijke gevangenisstraf, passend geacht gezien de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met deze strafoplegging.