Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verder te noemen: [minderjarige],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De omvang van het geschil
- aan [verzoekster] in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige] ten laste van de erfgenamen van erflater toe te kennen een som ineens ter hoogte van € 29.410,50, althans ter hoogte van € 23.985,50, althans een bedrag als het hof juist acht,
- verweerders in hoger beroep hoofdelijk te veroordelen aan [verzoekster] in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige] te voldoen een bedrag van € 29.410,50, althans van € 29.000,-, althans van € 23.985,50, althans een bedrag als het hof juist acht, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na betekening van de in deze te geven beschikking,
- verweerders in hoger beroep te veroordelen in de kosten van deze procedure.