Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde sub 1] ,
[geïntimeerde sub 2],
[geïntimeerde sub 3],
[geïntimeerde sub 4],
[geïntimeerde sub 5],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde een geschil over de aard en duur van een pachtovereenkomst tussen een agrarisch ondernemer en een vennootschap die eigenaar is van landbouwpercelen. De rechtbank had eerder vastgesteld dat er een reguliere pachtovereenkomst voor onbepaalde tijd bestaat tegen een jaarlijkse pachtprijs van €4.000. De vennootschap stelde in hoger beroep dat de overeenkomst korter van duur was of dat sprake was van een geliberaliseerde pachtovereenkomst.
Het hof oordeelde dat de bewijslast voor een kortere duur bij de vennootschap ligt en dat de getuigenverklaringen onvoldoende zijn om een kortere duur aan te nemen. Ook ontbrak bewijs voor een geliberaliseerde pachtovereenkomst waarbij bepalingen van het BW niet van toepassing zouden zijn. De vastlegging van een reguliere pachtovereenkomst voor onbepaalde tijd is niet onaanvaardbaar volgens redelijkheid en billijkheid, ondanks het belang van de vennootschap bij toekomstige planontwikkeling.
Wel acht het hof het rechtsgevolg dat de pachter aanspraak kan maken op schadeloosstelling indien de percelen een niet-agrarische bestemming krijgen onaanvaardbaar. De vorderingen van de pachter worden hierdoor niet geraakt. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, wijst de gewijzigde vorderingen af en veroordeelt de vennootschap in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de reguliere pachtovereenkomst voor onbepaalde tijd en wijst de gewijzigde vorderingen af.