Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling van de grieven en de vordering
6.De slotsom
€ 208,00
€ 683,00
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond een overeenkomst tussen Proximedia Nederland B.V. en een ondernemer centraal, waarbij Proximedia informaticaprestaties zou leveren tegen een maandelijkse vergoeding. De ondernemer stelde dat hij door dwaling was misleid over de looptijd, kosten en inhoud van de overeenkomst, en voerde wanprestatie en onredelijk bezwarendheid van het contractbeding aan.
De kantonrechter had het beroep op dwaling gegrond verklaard en de vorderingen van Proximedia afgewezen. In hoger beroep heeft het gerechtshof dit oordeel vernietigd. Het hof overwoog dat de ondernemer voldoende duidelijkheid had over de maandelijkse kosten en looptijd van 48 maanden, zoals schriftelijk vastgelegd. De stellingen over misleidende mededelingen waren onvoldoende onderbouwd om dwaling aan te nemen.
Ook het beroep op wanprestatie faalde omdat onvoldoende bewijs was geleverd dat Proximedia tekort was geschoten in haar verplichtingen. Het onredelijk bezwarend karakter van het beding over de verbrekingsvergoeding werd verworpen, mede gelet op de kostenstructuur van Proximedia en het feit dat de prestaties grotendeels aan het begin van de looptijd werden geleverd.
Het hof oordeelde dat de ondernemer de overeenkomst had opgezegd en dat betaling van de verbrekingsvergoeding over de resterende looptijd verschuldigd was. De vordering van Proximedia werd toegewezen tot een bedrag van €5.138,61, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. De buitengerechtelijke kosten werden afgewezen. De ondernemer werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van Proximedia toe tot €5.138,61 met wettelijke rente en veroordeelt de ondernemer in de proceskosten.