Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant 1] ,
[appellant 1]
2. [appellant 2] ,
[appellant 2],
3. [appellant 3] ,
[appellant 3] ,
1.de besloten vennootschap VL Opleidingen B.V
VLO,
VL International BV,
VLI,
1.Het geding in eerste aanleg
3.Ten aanzien van de feiten
4.Ten aanzien van de ontvankelijkheid
ex nuncen de gebruikelijke toetsing voor een rechter - verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen maar ook of zij op het moment van het uitspreken van het faillissement - zijnde
ex tunc- verkeerde in die toestand. Indien VLO ten tijde van de eigen aanvraag verkeerde in de toestand dat zij heeft gehouden te betalen - en op dat moment dus een reële faillissementssituatie heeft bestaan - is een faillissement immers onafwendbaar. Een daaruit vloeiende afvloeiing van werknemers en/of een daarop volgende doorstart met enkele werknemers betekent per definitie dat de rechten van de (niet in de doorstart meegenomen) werknemers worden beknot maar in dat geval is het verlies van hun arbeidsrechtelijke bescherming inherent aan en het directe gevolg van de bestaande faillissementssituatie.
[naam adviesbureau heer X], komt eveneens op basis van de hem ter beschikking gestelde financiële gegevens tot het oordeel komt dat sprake is van een (fors) negatief werkkapitaal.