Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
31 augustus 2015
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, producent van tapijt, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag verpakkingenbelasting over kartonnen kokers (cones) die gebruikt worden voor garens in het productieproces. De cones werden niet als verpakking opgegeven, wat leidde tot discussie over de kwalificatie als verpakking en de belastingplicht.
De Rechtbank Gelderland had de naheffingsaanslag verminderd en de boete vernietigd. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de cones geen verpakking zijn en dat buitenlandse leveranciers als producenten moesten worden aangemerkt, wat het hof verwierp. Het hof oordeelde dat de cones voldoen aan de definitie van primaire verpakking volgens de Wet belastingen op milieugrondslag en de Verpakkingenrichtlijn.
Verder werd geoordeeld dat de ministeriële regeling die logistieke hulpmiddelen zoals kernen en spoelen vanaf 50 cm vrijstelt, niet willekeurig is en geen schending van het gelijkheidsbeginsel oplevert. Ook werd bevestigd dat belanghebbende als importeur belastingplichtig is, ondanks terugwerkende kracht van de wetswijziging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.