ECLI:NL:GHARL:2015:5958
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontslag op staande voet wegens e-mail en vertrouwelijkheidschending
De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis in kort geding over het ontslag op staande voet van een bedrijfsleider bij een besloten vennootschap. Het ontslag was gebaseerd op meerdere verwijten, waaronder het niet inleveren van weekstaten, een botte bejegening van de echtgenote van de directeur, het rondsturen van een kritische e-mail binnen de organisatie, het delen van vertrouwelijke informatie met een medewerker en het aanvankelijk ontkennen van dat laatste.
Het hof richt zich in hoger beroep op de grieven tegen het oordeel over het rondsturen van de e-mail en het delen van vertrouwelijke informatie. Het hof stelt vast dat de uitbarsting van de directeur voorafging aan de e-mail en dat de ontvangers van de e-mail de uitbarsting hadden meegemaakt, waardoor het versturen van de e-mail niet onredelijk wordt geacht. Het delen van informatie met de medewerker wordt niet als vertrouwelijk beschouwd omdat het in het belang van die medewerker was.
Het hof oordeelt dat het aanvankelijk ontkennen van het delen van informatie geen dringende reden voor ontslag oplevert, mede omdat de werknemer dit later heeft toegegeven. Gezien deze omstandigheden wordt het ontslag op staande voet niet als gerechtvaardigd beschouwd en wordt het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd, waarbij de werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt het vonnis dat het ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd is en veroordeelt de werkgever in de proceskosten.