Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel inzake de vaststelling van kinderalimentatie. De man betwistte de draagkrachtberekening en stelde dat hij geen of een lagere bijdrage kon betalen. Ook stelde hij dat de vrouw een aanzienlijk inkomen heeft en daarom meer zelf zou moeten bijdragen.
Het hof heeft vastgesteld dat noch de man, noch de vrouw volledige en heldere inzage in hun financiële situatie hebben gegeven. De man leverde wel stukken aan, maar deze waren onduidelijk en vertoonden discrepanties. De vrouw gaf geen volledige financiële gegevens over 2013 en 2014. Hierdoor kon de draagkracht van beide partijen niet nauwkeurig worden vastgesteld.
Het hof concludeerde dat beide ouders voldoende draagkracht hebben om gezamenlijk in de behoefte van het kind te voorzien. Daarom werd de bijdrage van de man verlaagd naar de helft van de behoefte, namelijk € 400,14 per maand, en werd de eerdere beschikking van de rechtbank vernietigd.
De beslissing is genomen op basis van Nederlands recht, met toepassing van internationale verordeningen en protocollen betreffende onderhoudsverplichtingen. De uitspraak benadrukt het belang van volledige financiële transparantie bij alimentatiezaken en bevestigt dat beide ouders naar draagkracht moeten bijdragen.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat beide ouders ieder voor de helft bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind, elk € 400,14 per maand vanaf 17 december 2012.