ECLI:NL:GHARL:2015:5128
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ontbinding en beëindiging pachtovereenkomst wegens voldoende persoonlijke exploitatie en bedrijfsmatigheid
In deze zaak vorderen appellanten ontbinding en subsidiair beëindiging van een pachtovereenkomst met geïntimeerde, omdat zij menen dat geïntimeerde het gepachte niet persoonlijk exploiteert en dat er geen sprake is van bedrijfsmatige landbouw. De pachtkamer wees deze vorderingen af, hetgeen het hof bevestigt.
Het hof stelt vast dat partijen bij het aangaan van de pachtovereenkomst in 1983 hebben beoogd dat de pachter het gepachte zelf exploiteert, maar dat dit samen met zijn broers mag gebeuren. Geïntimeerde heeft voldoende persoonlijke betrokkenheid bij de exploitatie, onder meer door het uitvoeren van werkzaamheden, aanwezigheid bij belangrijke agrarische beslissingen en deelname aan het maatschap met zijn broers.
Verder is het hof van oordeel dat de exploitatie bedrijfsmatig is, ondanks de relatief kleine omvang van het akkerbouwbedrijf en het feit dat geïntimeerde ook buiten het bedrijf werkt. De omzet en winstcijfers en investeringen bevestigen de bedrijfsmatigheid. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat beëindiging van de pacht niet gerechtvaardigd is, mede vanwege het belang van geïntimeerde en zijn broers bij voortzetting van het bedrijf.
De grieven van appellanten falen, en het hof bekrachtigt het vonnis van de pachtkamer, veroordeelt appellanten in de kosten van het hoger beroep en wijst de vorderingen af.
Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding en beëindiging van de pachtovereenkomst worden afgewezen en het vonnis van de pachtkamer wordt bekrachtigd.