Partijen zijn sinds 1957 gehuwd en gescheiden bij vonnis van 1985. De man is verplicht alimentatie te betalen aan de vrouw, welke verplichting meerdere malen is vastgesteld en aangepast. In 2004 werd de alimentatieverplichting vastgesteld tot 1 februari 2013 met mogelijkheid tot verlenging op verzoek van de vrouw.
De vrouw verzocht na het verstrijken van deze termijn om verlenging van de alimentatieverplichting met tien jaar, welke door de rechtbank werd afgewezen vanwege niet tijdig indienen en onvoldoende onderbouwing van de behoefte. Het hof oordeelde dat de vrouw ontvankelijk is omdat de Wet Limitering Alimentatie niet van toepassing is op deze oude alimentatieverplichting en dat de behoefte van de vrouw wel degelijk een rol speelt bij de beoordeling.
Het hof stelde vast dat de behoefte van de vrouw op €1.994 netto per maand ligt, resulterend in een bruto aanvullende behoefte van €1.443 per maand. De draagkracht van de man is verminderd maar toereikend om in deze behoefte te voorzien. Het hof verlengt de alimentatieverplichting met vijf jaar tot 1 februari 2018, met mogelijkheid tot verdere verlenging op verzoek van de vrouw. Tevens wordt de wettelijke indexatie uitgesloten vanwege het niet stijgende inkomen van de man.