Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z] (Spanje)(hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/kantoor Leeuwarden(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
Aanbrengcommissie door dhr [X] conform overeenkomst [00000]”.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat centraal of belanghebbende in de jaren 2003 en 2004 aanbrengcommissies ten bedrage van respectievelijk €260.000 en €313.467 heeft ontvangen die als resultaat uit overige werkzaamheden moeten worden belast. Daarnaast is in geschil of belanghebbende recht heeft op vergoeding van immateriële en materiële schade en een integrale proceskostenvergoeding.
Belanghebbende ontkent het ontvangen van deze commissies, terwijl de Inspecteur stelt dat deze bedragen terecht zijn opgenomen in de navorderingsaanslagen. Het Hof stelt vast dat belanghebbende volgens de feiten een vordering op zijn vennootschap heeft verkregen die als resultaat uit overige werkzaamheden moet worden aangemerkt. De argumenten van belanghebbende, waaronder het ontbreken van scheepvaartkennis en een verklaring van een mede-aandeelhouder, weerhouden het Hof niet van deze conclusie.
Voor 2004 stelt de Inspecteur dat belanghebbende niet aan zijn inlichtingenplicht heeft voldaan en dat de bewijslast daarom is omgekeerd. Het Hof acht de bewijslast voldoende door het bestaan van overeenkomsten, facturen en betalingen aan gelieerde vennootschappen. Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en dat van de Inspecteur gegrond. Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank voor 2003 en vernietigt die voor 2004, waarbij het belastbaar inkomen wordt vastgesteld conform de navorderingsaanslag na bezwaar.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en dat van de Inspecteur gegrond, met bevestiging van de uitspraak voor 2003 en vernietiging voor 2004.