Uitspraak
[appellant],
1.[geïntimeerde],
[geïntimeerde],
Accon,
[geïntimeerden],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling van het geschilvaststaande feiten
grieven I tot en met VIIkomt [appellant] in zoverre op tegen de vaststelling van de feiten door de rechtbank dat zij meent dat de feitenvaststelling onvolledig is geweest. Volgens [appellant] heeft de rechtbank ten onrechte een aantal, in de grieven gespecificeerde, feiten onbesproken gelaten. [appellant] miskent met deze grieven dat
er geen rechtsregel is die de rechter verplicht alle door de ene partij gestelde en door de andere partij erkende of niet weersproken feiten als vaststaand in de uitspraak te vermelden. Het staat de rechter vrij uit de tussen partijen vaststaande feiten die selectie te maken welke hem voor de beoordeling van het geschil relevant voorkomt. De grieven falen in zoverre. Het hof zal bij de feitenvaststelling wel rekening houden met hetgeen door [appellant] in de grieven en door [geïntimeerden] over de feiten is opgemerkt, en de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover dat voor de beoordeling van het geschil relevant is aanvullen. Bij de bespreking van de overige grieven zal het hof ook rekening houden met hetgeen [appellant] in de (toelichting op de) grieven I tot en met VII heeft aangevoerd.
[deskundig 2] en [deskundig 3] tot deskundigen benoemd.
[bedrijf] de volgende opdracht gegeven:
(…)
strikt vertrouwelijk" en als onderwerp "
Uitkoop erven [Y]" heeft[belastingadviseur] (belastingadviseur bij Accon AVM Belastingadviseurs B.V.) onder meer het volgende geschreven:
"Uitgangspunten
[bestuurder] 4.623
Erven [de man van appellante]
71.061129.021"
Op iedere bladzijde van (de toelichting op) de balans en de winst- en verliesrekening is vermeld dat geen accountantscontrole is toegepast.
[bestuurder].
De koopprijs (=waarde van het pakket aandelen) is op correcte wijze vastgesteld door AcconAVM.
Aangezien mevrouw [appellant] partij is bij de akte, in welke akte zij krachtens onherroepelijke bij statuten verleende machtiging wordt vertegenwoordigd, rust op mij de plicht haar te informeren. Ik doe dat via u (…)."
€ 86.968,- zou moeten ontvangen. In de berekening van mr. Hulshof is rekening gehouden met een bedrag van € 2.750,- in verband met kosten van Accon.
Aansluitend is de akte gepasseerd betreffende de inkoop door[bedrijf] van de 24 aandelen, die kort daarvoor aan [bestuurder] waren geleverd.
AVM Accountants ( € 2.250,-) en Accon AVM Belastingadviseurs (€ 500,-). De accountancywerkzaamheden zijn gespecificeerd als "
advisering/begeleiding bedrijfsovername ten behoeve van [bedrijf]., conform afspraak met de heer [controller]."De belastingsadvieswerkzaamheden zijn omschreven als
"opstellen/verzenden memo inzake Erven [de man van appellante]. Conform afspraak de heer [controller]."
procedure in eerste aanleg
bespreking van de (overige) grieven
grief XIIkomt [appellant] op tegen het incidentele vonnis. Voor zover het hof de
- weinig toegankelijke - grief begrijpt, betoogt [appellant] dat de feitelijke grondslag van de vordering tot vrijwaring onjuist is. Zij ziet er daarbij aan voorbij dat het al dan niet bestaan van de gestelde feitelijke grondslag een zaak is tussen [geïntimeerden] en de in vrijwaring op te roepen partijen. Het hof stelt vast dat [appellant] (terecht) niet aanvoert dat in de door [geïntimeerden] aan het vrijwaringsincident ten grondslag gelegde feiten niet een verplichting tot vrijwaring besloten ligt en evenmin dat sprake was van een onredelijke vertraging. De grief faalt aldus.
"(I)n het kader van de waardebepaling en ontwikkelingen m.b.t. de aandeelhouders"een herstructureringsplan heeft opgesteld. [geïntimeerde] diende dat herstructureringsplan, dat naar hij wist in het kader van de waardebepaling en in verband met de ontwikkelingen tussen de aandeelhouders was opgesteld, te beoordelen. Naar het oordeel van het hof diende [geïntimeerde] er dan ook rekening mee te houden dat zijn rapport enigerlei rol zou kunnen gaan spelen bij de waardebepaling van de aandelen, nu hij niet heeft aangegeven op welke andere waardebepaling de geciteerde passage volgens hem zag. Het hof stelt vast dat [geïntimeerde] geen waarborgen heeft getroffen om te voorkomen dat zijn rapport zou worden gebruikt ten behoeve van die waardebepaling. Hij heeft niet vermeld dat zijn rapport geen rol zou mogen spelen bij een eventuele aandelenwaardering. Evenmin heeft hij de gebruikersgroep zo omschreven dat de aandeelhouders daar buiten zouden vallen. [appellant] heeft er terecht op gewezen dat in het rapport is vermeld dat het uitsluitend is bestemd voor "een specifieke gebruikersgroep", maar dat die specifieke gebruikersgroep in het rapport verder niet wordt gedefinieerd. Met deze omschrijving worden de aandeelhouders dan ook niet uitgesloten, terwijl het feit dat de opdracht aan [geïntimeerde] voortvloeit uit een door de aandeelhouders aan [Q] gegeven opdracht er op wijst dat het rapport (uiteindelijk ook) voor de aandeelhouders is bestemd.
nietsgebleken op grond waarvan wij zouden moeten concluderen dat de veronderstellingen
geen redelijke basisvormen voor de projectie") vervat oordeel over de door het bestuur van [bedrijf] vervaardigde projectie. Uit het rapport volgt dat de projectie is gebaseerd op een aantal vooronderstellingen, dat onzeker is of die vooronderstellingen werkelijkheid zullen worden en dat zelfs indien dat het geval is de werkelijke uitkomsten waarschijnlijk zullen afwijken van de projectie. Voor zover [appellant] heeft willen betogen dat het door [geïntimeerde] in het rapport gegeven oordeel op grond van de voor hem geldende beroepsnormen, waaronder Standaard 3400, inhoudelijk onjuist is, heeft zij deze stelling onvoldoende onderbouwd. Uit het enkele feit dat [appellant] zich niet kan vinden in enkele door het bestuur van[bedrijf] bij het opstellen van de projectie gekozen vooronderstellingen volgt nog niet dat deze vooronderstellingen onjuist zijn. Er volgt al helemaal niet uit dat [geïntimeerde] ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat hem niet is gebleken dat deze vooronderstelling geen redelijke basis vormen voor de projectie, zeker niet wanneer in aanmerking wordt genomen dat [geïntimeerde] in het rapport heeft aangegeven dat onzeker is of de vooronderstellingen werkelijkheid zullen worden. Het hof laat dan nog daar dat partijen van mening verschillen of de door [appellant] benoemde vooronderstellingen - het vrijvallen van de pensioenrechten van wijlen [de man van appellante] en de waarde van het onroerend goed - wel juist zijn. Het vrijvallen van de pensioenrechten leidde overigens tot een hoger eigen vermogen van[bedrijf] Indien daar, zoals [appellant] stelt, geen rekening mee mocht worden gehouden, valt zonder nadere toelichting - die ontbreekt -, overigens niet in te zien welke schade [appellant] daardoor heeft geleden. Bij de overname van haar aandelen is immers uitgegaan van het in de projectie berekende eigen vermogen van[bedrijf]
[geïntimeerde], zoals [appellant] meent, toch een zorgplicht jegens haar heeft geschonden door [appellant] (of haar raadsman) niet bij zijn onderzoek te betrekken en/of door in zijn rapport niet uitdrukkelijk te bepalen dat het niet bedoeld was voor een aandelenwaardering en/of door niet te protesteren toen hem bleek dat het rapport ook daadwerkelijk was gebruikt bij de verwerving van de aandelen van [appellant].
- uit de in het geding gebrachte correspondentie tussen [geïntimeerde] en [Q]/ Dreves kan niet worden afgeleid dat [geïntimeerde] door [Q] of door een van de andere betrokkenen op de hoogte is gebracht van de stappen die werden ondernomen om de aandelen van [appellant] (tegen haar wil) te verwerven. Dat [geïntimeerde] daar anderszins van in kennis is gesteld, is niet aannemelijk geworden;
- uit de overgelegde correspondentie tussen belastingadviseur [Z] en [Q] volgt niet dat [Z] wel in kennis is gesteld van de stappen die werden ondernomen om de aandelen van [appellant] (tegen haar wil) te verwerven. [Z] wist blijkens zijn advies (aangehaald in rechtsoverweging 3.2.15) wel dat het de bedoeling was om [appellant] uit te kopen, maar dat hij er ook mee bekend was dat dit zonder haar actieve medewerking zou geschieden, volgt niet uit dat advies. Dat [Z] daarvan op andere wijze op de hoogte is gesteld, is evenmin aannemelijk geworden;
- het is niet aannemelijk geworden dat [geïntimeerde] op enigerlei wijze is betrokken bij (de voorbereiding van) het verwerven van de aandelen van [appellant].
[geïntimeerde] hoefde dan ook niet te verwachten dat zijn rapport gebruikt zou worden bij een poging van de andere betrokkenen in[bedrijf] om [appellant] buiten spel te zetten als aandeelhouder.
- [geïntimeerde] heeft niet gesteld dat het rapport ook voor een aandelenwaardering bruikbaar was. Dat ligt, gelet op de toegepaste Standaard, het in het rapport verstrekte oordeel (een in negatieve termen vervat oordeel over door de directie geformuleerde vooronderstellingen) en de door [geïntimeerde] verrichte (beperkte) werkzaamheden (het inwinnen van informatie bij de directie van[bedrijf], en niet bij de aandeelhouders, en wat cijferwerk) ook niet voor de hand. Er dient dan ook van te worden uitgegaan dat het rapport niet geschikt was voor de aandelenwaardering;
- [geïntimeerde] diende, zoals overwogen, er wel rekening mee te houden dat zijn rapport zou kunnen worden gebruikt ten behoeve van de aandelenwaardering;
- het rapport bevat slechts een in algemene bewoordingen vervatte gebruiksbeperking. De gebruiksbeperking komt er op neer dat het rapport (door de beoogde gebruikers) niet
“voor andere doeleinden (mag) worden gebruikt”. Voor welke doeleinden het rapport is bestemd, en voor welke doeleinden derhalve niet, maakt het rapport echter op geen enkele wijze duidelijk.
Waar het rapport niet geschikt was om te worden gebruikt voor een aandelenwaardering, omdat de door [geïntimeerde] verrichte werkzaamheden daartoe onvoldoende grondslag boden, maar [geïntimeerde] er wel rekening mee diende te houden dat de gebruikers het daar wel voor wilden gebruiken, had hij in het rapport juist uitdrukkelijk moeten opnemen dat het rapport niet bestemd was voor de waardering van de aandelen in[bedrijf] in plaats van een, in het licht van het hem bekende risico op oneigenlijk gebruik van het rapport, cryptische gebruiksbeperking in het rapport op te nemen.
alvorens nader te beslissen:
dinsdag 17 februari 2015voor akte aan de zijde van [appellant];