ECLI:NL:GHARL:2015:3428

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 mei 2015
Publicatiedatum
12 mei 2015
Zaaknummer
200.164.324-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 123 lid 1 RvArt. 123 lid 2 RvArt. 127 lid 2 RvArt. 353 lid 1 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van instantie wegens niet-stellen van advocaat in hoger beroep

In deze civiele procedure heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter. Geïntimeerde heeft de eerst dienende dag vervroegd gesteld, maar appellante heeft op deze en daaropvolgende roldata geen advocaat gesteld. Het hof heeft appellante conform artikel 123 lid 1 Rv Pro meerdere kansen gegeven om alsnog een advocaat te stellen, maar appellante heeft hier geen gebruik van gemaakt.

Daarop heeft het hof besloten geïntimeerde van de instantie te ontslaan, omdat appellante niet aan de vereiste procesvertegenwoordiging voldeed. Tevens is appellante veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, bestaande uit geliquideerd salaris en verschotten van de advocaat van geïntimeerde.

Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 12 mei 2015 in het openbaar uitgesproken. Deze beslissing betekent het einde van de procedure in hoger beroep wegens het ontbreken van een advocaat namens appellante.

Uitkomst: Geïntimeerde wordt ontslagen van de instantie wegens het niet stellen van een advocaat door appellante, die tevens in de kosten wordt veroordeeld.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.164.324/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 2379336 CV EXPL 13-12462)
arrest van de eerste kamer van 12 mei 2015 in de zaak van:
Stichting [appellant],
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna:
[appellant],
niet verschenen,
tegen
mr. [geïntimeerde], voorheen h.o.d.n. Advocatenkantoor [X],
wonende te [woonplaats] ([provincie]),
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna:
[X],
advocaat: mr. S.M.H. van Boheemen, kantoorhoudend te Amsterdam.

1.Het geding in eerste instantie

1.1
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van 21 november 2013 en 7 augustus 2014 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Groningen(hierna: de kantonrechter).

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Bij exploot van 6 november 2014 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van voormeld vonnis van de kantonrechter van 7 augustus 2014, met dagvaarding van [X] tegen de zitting van 2 juni 2015. De conclusie van de appeldagvaarding strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis, toewijzing van de vordering van [appellant] en veroordeling van [X] in de proceskosten in beide instanties.
2.2
[X] heeft bij exploot van anticipatie van 28 januari 2015 de eerst dienende dag vervroegd naar 10 februari 2015.
2.3
Op de eerst dienende dag heeft zich namens [appellant] geen advocaat gesteld.
2.4
Aan [appellant] is daarop, conform het bepaalde in art. 123 lid 1 Rv Pro, gelegenheid gegeven om binnen een door het hof gestelde termijn alsnog advocaat te stellen. De zaak is hiervoor op de rol van geplaatst van 24 februari 2015, maar op die datum heeft zich geen advocaat gesteld voor [appellant]. Vervolgens is de zaak verwezen naar de rol van 1 maart 2016 voor het stellen van een advocaat door [appellant], ambtshalve peremptoir.
2.5
Op verzoek van de advocaat van [X] is de zaak vervroegd naar de rol van 17 maart 2015. Op deze roldatum heeft zich voor [appellant] geen advocaat gesteld en heeft [X] arrest gevraagd.
2.6
Arrest is bepaald op heden, te wijzen op het griffiedossier.

3.De beoordeling

3.1
Het hof stelt vast dat [appellant] binnen de haar gegeven termijnen geen gebruik heeft gemaakt van de geboden gelegenheden tot herstel van het verzuim van advocaatstelling. [X] zal daarom van de instantie worden ontslagen.
3.2
Met toepassing van het bepaalde in art. 123 lid 2 Rv Pro in samenhang met de artikelen 127 lid 2 Rv en 353 lid 1 Rv zal [appellant] worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris advocaat: ½ punt in tarief III).
De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
ontslaat [X] van de instantie (de procedure in hoger beroep);
veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en stelt die kosten aan de zijde van [X] tot aan deze uitspraak vast op € 579,00 aan geliquideerd salaris voor de advocaat en op € 807,43 aan verschotten.
Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. L. Groefsema en mr. D.H. de Witte, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 12 mei 2015.