Uitspraak
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
[verdachte],
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
Overweging met betrekking tot het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Mishandeling.
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en/of maatregel
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden.
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
10 (tien) maanden.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
€ 285,20 (tweehonderdvijfentachtig euro en twintig cent)bestaande uit € 85,20 (vijfentachtig euro en twintig cent) materiële schade en € 200,00 (tweehonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 285,20 (tweehonderdvijfentachtig euro en twintig cent)bestaande uit € 85,20 (vijfentachtig euro en twintig cent) materiële schade en € 200,00 (tweehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
5 (vijf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.