Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verder te noemen: de man,
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.De omvang van het geschil
3.De slotsom
4.De beslissing
27 november 2013, en opnieuw beschikkende:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft de vaststelling van de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van twee minderjarige kinderen na ontbinding van het huwelijk. De man ontvangt een arbeidsongeschiktheidsuitkering en staat onder bewind, vertegenwoordigd door AV Inkomensbeheer. De vrouw ontvangt eveneens een arbeidsongeschiktheidsuitkering en verzorgt de kinderen.
De rechtbank had de bijdrage van de man vastgesteld op €150 per kind per maand vanaf 1 november 2013. De man kwam in hoger beroep met het verzoek de bijdrage op nihil vast te stellen, stellende dat de behoefte van de kinderen lager is en dat zijn draagkracht beperkt wordt door aanzienlijke schulden.
Het hof oordeelt dat het verzoek van de vrouw moet worden gezien als een eerste vaststelling van kinderalimentatie, zodat artikel 1:401 BW Pro niet van toepassing is. Uitgaande van de nieuwe richtlijnen van de Expertgroep Alimentatienormen stelt het hof de draagkracht van de man vast op €180 per maand, oftewel €90 per kind. De man heeft onvoldoende onderbouwd dat zijn schuldenlast de draagkracht verder beperkt, mede omdat hij de wettelijke schuldsanering niet heeft voortgezet.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en bepaalt dat de man €90 per kind per maand betaalt vanaf 1 november 2013. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 november 2013 €90 per kind per maand betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.