Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, voormalige echtgenoten, waren in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en zijn op 16 februari 2011 gescheiden. De echtscheidingsbeschikking werd ingeschreven op 3 maart 2011. In een vaststellingsovereenkomst van 30 september 2011 werd onder meer bepaald dat de woning aan de man zou worden toegedeeld en dat hij een bedrag van € 102.750,- aan de vrouw zou betalen wegens overbedeling.
De woning was nog niet geleverd en de vrouw was niet ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek. De vrouw vorderde een gebruiksvergoeding vanaf 1 januari 2012 en wettelijke rente over het bedrag tot volledige voldoening. De rechtbank veroordeelde de man tot betaling van een gebruiksvergoeding vanaf 3 maart 2011.
In hoger beroep betwistte de man de redelijkheid van de gebruiksvergoeding en de ingangsdatum. Het hof oordeelde dat de woning nog tot de gemeenschap behoorde en de vrouw geen beschikking had over haar aandeel, waardoor een gebruiksvergoeding passend is. De ingangsdatum werd aangepast naar 1 januari 2012, omdat partijen geen gebruiksvergoeding hadden afgesproken voor de periode daarvoor. Verder werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en werden de proceskosten gecompenseerd.
Uitkomst: De gebruiksvergoeding gaat in op 1 januari 2012 in plaats van 3 maart 2011; verder wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.