ECLI:NL:GHARL:2015:1639

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 maart 2015
Publicatiedatum
6 maart 2015
Zaaknummer
21-006247-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 SvWet Werk en Bijstand
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor voordeel trekken uit steunfraude

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde voordeel trekken uit steunfraude. Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk profiteren van een uitkering die verkregen was door misdrijf, namelijk door het niet melden van een gezamenlijke huishouding met een medeverdachte die een uitkering genoot.

Het hof oordeelde dat niet alle vereiste bewijsstukken waren onderzocht door de sociale recherche, waardoor niet kon worden vastgesteld dat verdachte het ten laste gelegde feit had begaan. Het hof stelde dat om tot een bewezenverklaring te komen, moest worden vastgesteld dat verdachte en medeverdachte duurzaam een gezamenlijke huishouding voerden, dat medeverdachte een uitkering genoot zonder dit te melden, en dat verdachte hiervan heeft geprofiteerd.

Aangezien het onderzoek deze elementen onvoldoende had uitgewerkt en er geen overtuigend wettig bewijs was, sprak het hof verdachte vrij. Het vonnis werd vernietigd en de zaak werd opnieuw beoordeeld, resulterend in vrijspraak.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor voordeel trekken uit steunfraude.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-006247-14
Uitspraak d.d.: 6 maart 2015
TEGENSPRAAK
Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 17 oktober 2014 met parketnummer 16-650534-12 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 februari 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J.P.A. van Schaik, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot 1 oktober 2011, te Veenendaal en/of elders in Nederland, opzettelijk voordeel heeft getrokken uit hetgeen werd aangeschaft met door misdrijf verkregen geld, te weten geld van (een) door [medeverdachte], met wie hij, verdachte, duurzaam een gezamenlijke huishouding voerde als bedoeld in de Wet Werk en Bijstand, door middel van het opzettelijk niet voldoen aan de inlichtingenverplichting(en), uit hoofde van de Wet Werk en Bijstand verkregen uitkering, welk geld geheel of gedeeltelijk werd besteed aan het huishouden waarvan hij, verdachte, deel uitmaakte.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Om tot een bewezenverklaring te komen dient het volgende te worden bewezen:
Verdachte heeft met [medeverdachte] duurzaam een gezamenlijke huishouding gevoerd,
[medeverdachte] genoot een uitkering en heeft daarbij niet gemeld dat zij samenwoonde met verdachte,
Verdachte wist dat [medeverdachte] een uitkering genoot en dat [medeverdachte] niet aan de uitkeringsinstantie heeft gemeld dat zij samenwoonde met verdachte,
Verdachte heeft geprofiteerd van de uitkering die [medeverdachte] ontving.
Hetgeen onder 3 en 4 is genoemd, volgt niet uit de bewijsmiddelen omdat daar geen onderzoek naar is gedaan door de sociale recherche, zodat het hof tot een vrijspraak komt.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. R. de Groot, voorzitter,
mr. H. Abbink en mr. J.D. den Hartog, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.D. Mavus-ten Elshof, griffier,
en op 6 maart 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.