Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
3 maart 2015
[Z](hierna: belanghebbende),
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
- 10%
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Kosten
6.Beslissing
3 maart 2015.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van een eindwoning uit 1914 in Bussum waarvan de WOZ-waarde voor 2013 door de heffingsambtenaar werd vastgesteld op €473.000. Deze waarde werd gehandhaafd bij bezwaar en door de rechtbank ongegrond verklaard in het beroep.
Belanghebbende stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de slechte ligging van de woning tegenover een laag flatgebouw, wat een grotere waardedruk zou veroorzaken dan bij vergelijkingspanden. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en gebruikte een vergelijkingsmethode met een aftrek van 10% op de grondwaarde.
Het Hof oordeelde dat de waardedruk door de ligging tegenover het flatgebouw onvoldoende was meegewogen en dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast niet had voldaan. Belanghebbende kon zijn lagere waarde van €450.000 onvoldoende onderbouwen. Daarom stelde het Hof in goede justitie de waarde vast op €460.000.
De uitspraak van de rechtbank en de beschikking van de heffingsambtenaar werden vernietigd, de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd en de heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: WOZ-waarde woning vastgesteld op €460.000 en aanslag OZB verminderd.