Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in het principaal en het incidenteel hoger beroep
2. alsnog te bepalen dat;
3. De vrouw te veroordelen in de kosten van beide instanties,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2001 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en in 2012 gescheiden. De rechtbank Noord-Nederland had bij beschikking van 24 juni 2014 de verdeling van de huwelijksgemeenschap vastgesteld, waarbij onder meer de woning en bedrijfspand aan de vrouw werden toegedeeld en verrekeningen werden bepaald.
De man kwam in hoger beroep tegen diverse onderdelen van deze beschikking, waaronder de wijze van verkoop van de panden, de verdeling van hypothecaire lasten, de waarde van de onderneming [B], en de afgifte van roerende zaken. De vrouw stelde tevens incidenteel hoger beroep in tegen enkele beslissingen.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep van de man tegen de verkoopbeschikking niet-ontvankelijk is wegens niet-inschrijving in het rechtsmiddelenregister. Verder vernietigde het hof delen van de beschikking en besliste onder meer dat de man vanaf 25 januari 2013 tot de verkoopdatum de helft van de rentelasten moet betalen, dat de opbouwspaarrekening aan de vrouw wordt toegedeeld, en dat de man de domeinnaam en wachtwoorden aan de vrouw moet overdragen. Diverse andere grieven werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof vernietigt deels de beschikking van de rechtbank en bepaalt nieuwe verrekening van woonlasten, toedeling opbouwspaarrekening en afgifte van roerende zaken.