Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een verzoek van de Stichting Bureau Jeugdzorg Gelderland om vervangende toestemming te verkrijgen voor een noodzakelijke medische behandeling van een minderjarige, bestaande uit overplaatsing naar een gezinshuis. De ouders verzetten zich tegen deze overplaatsing en vroegen tevens de beëindiging van de uithuisplaatsing.
De kinderrechter had aanvankelijk de vervangende toestemming verleend en het verzoek van de ouders afgewezen. Het hof oordeelde echter dat onvoldoende was aangetoond dat de medische behandeling noodzakelijk was om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige te voorkomen. De positieve ontwikkeling van de minderjarige op de woongroep maakte dat het criterium van artikel 1:264 BW Pro niet was vervuld.
Daarnaast stelde het hof vast dat de stichting onvoldoende onderzoek had gedaan naar de gevolgen van de overplaatsing en dat de beslissing niet zorgvuldig was voorbereid. De overplaatsing vond plaats onder tijdsdruk, zonder gedegen overleg met de ouders en zonder voldoende motivering.
Het hof vernietigde daarom zowel de beschikking tot vervangende toestemming als het besluit tot overplaatsing en wees het verzoek van de stichting af. Het subsidiaire verzoek van de ouders tot beëindiging van de uithuisplaatsing werd niet meer inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vervangende toestemming en overplaatsing af en vernietigt de eerdere beschikking en beslissing.