Uitspraak
[appellante],
[geïntimeerde],
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil en de beslissing van de rechtbank
4.De motivering van de beslissing
grief IIkomt [appellante] op tegen het oordeel in het bestreden vonnis (onder 5.3) dat [geïntimeerde] een plausibele verklaring heeft gegeven voor het kortdurende bezit van de VW van [geïntimeerde] en dat [geïntimeerde] daarom ter zake geen verwijt valt te maken.
“Bovendien merkt gedaagde in vrijwaring ([geïntimeerde], toevoeging hof)
terecht op, dat eiseres in vrijwaring([appellante], toevoeging hof
), die een professioneel autohandelaar is, bij de inruil van de VW zelf niet heeft gecontroleerd dat er met het chassisnummer was geknoeid.”Daartegen is niet gegriefd, noch zijn daartegen anderszins bezwaren geuit. Dit brengt mee dat ook het hof daarvan uitgaat. Welnu, indien [appellante] zelf - als professioneel autohandelaar - dit niet heeft gecontroleerd, valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien dat [geïntimeerde] in zijn zorgplicht is tekortgeschoten door niet te controleren of onder het chassisplaatje een ander plaatje aanwezig was. Dat dit bij een inspectie van het chassisplaatje zichtbaar was, heeft [appellante] niet gesteld. Dit betekent dat grief I niet gegrond is.