Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
), is wegens ter leen
), een bedrag van vierentwintigduizend negenhonderd zevenenvijftig
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
“om de vermogenstoename voortvloeiend uit overgespaarde inkomsten bij helfte te delen en ook om ieder van partijen niet aansprakelijk te laten zijn voor schulden die ieder in privé (anders dan ten behoeve van de gewone gang van de huishouding) zou aangaan”), maar de inhoud van deze brief staat haaks op de inhoud van de huwelijkse voorwaarden, waarin partijen in artikel 11 uitdrukkelijk Pro hebben gekozen voor een (in de bewoordingen van de notaris:) “vangnet” in de vorm van een finaal verrekenbeding en is als zodanig en zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet te plaatsen.
.De vrouw stelt dat zij deze schulden heeft moeten aangaan omdat zij meer heeft bijgedragen in de kosten van de huishouding dan waartoe zij op grond van haar inkomen en krachtens artikel 7 van Pro de huwelijkse voorwaarden verschuldigd was, hetgeen de man betwist.