Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de vaststelling van kinderalimentatie centraal, waarbij de vrouw in hoger beroep kwam tegen de beschikking van de rechtbank die haar bijdrage op €25 per kind per maand had vastgesteld. De vrouw voerde aan dat zij financieel niet in staat was om deze bijdrage te betalen, mede vanwege haar lage inkomen uit WAO- en Wwb-uitkeringen en haar hoge lasten.
Het hof onderzocht de draagkracht van de vrouw aan de hand van de nieuwe richtlijnen van de Expertgroep Alimentatienormen en de aanvaardbaarheidstoets. Hierbij werd gekeken naar haar netto-inkomen, noodzakelijke lasten zoals huur en ziektekosten, en het resterende bedrag ten opzichte van 90% van de bijstandsnorm.
Het hof concludeerde dat de vrouw, na aftrek van haar noodzakelijke lasten, minder overhoudt dan 90% van de bijstandsnorm, waardoor het onaanvaardbaar zou zijn haar een bijdrage op te leggen. Daarom werd de beschikking van de rechtbank vernietigd en werd haar bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen op nihil gesteld.
Uitkomst: De bijdrage van de vrouw in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen wordt op nihil gesteld wegens onvoldoende draagkracht.