Uitspraak
[appellant],
1.[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 2],
[geïntimeerden],
1.Het geding in eerste aanleg
25 april 2012 en 15 augustus 2012 van (destijds) de rechtbank Leeuwarden.
2.Het geding in hoger beroep
"
EIS: bij beslissing uitvoerbaar bij voorraad:
3.De feiten
4.Het geschil en beslissing in eerste aanleg
vergoeding van de waarde van de inboedelgoederen, te weten € 75.000,- dan wel op een door de rechter te bepalen bedrag”
te betalen 50% van de meerwaarde van de woning (het verschil tussen de verkoopprijs en de hypothecaire schuld [in 2008])
5.De omvang van de vordering in hoger beroep
“oordelen zoals bij inleidende dagvaarding is gevorderd”
6.De beoordeling van de vordering en de grieven
"Ingeval één van de partners komt te overlijden, verblijven alle gemeenschappelijke goederen aan de langstlevende partner zonder dat een vergoeding verschuldigd is, …"
eerste versie(prod. 1 inleidende dagvaarding) bestaat uit acht bladen. Het (voor)blad bevat de aanhef
"SAMENLEVINGSREGELING"gevolgd door de partijgegevens en een korte considerans. Het achtste blad vermeldt als aanhef:
"Staat van aanbreng"en heeft bovenaan een paginanummer:
"-3-". Per partij zijn vervolgens vermeld de
"Niet-gemeenschappelijke inboedelzaken". Daaronder een datum (19 oktober 1999) en bij de namen van [appellant] en wijlen [geïntimeerde 2] twee handtekeningen. Daartussen bevinden zich het tweede tot en met zevende blad, waarbij het tweede blad een inhoudsopgave van het derde t/m zevende blad bevat. Op het derde tot en met het zevende blad zijn vijf artikelen (genummerd 1 t/m 5) afgedrukt. Artikel 5 heeft Pro daarbij twee leden. Het lettertype van de bladen 2 t/m 7 wijkt af van het lettertype van het voorblad en het achtste blad. Het lettertype van het voorblad en achtste blad zijn gelijk. Alle bladen vertonen een kopregel met de tekst:
"0516513196 De Werven Netwerk Notar 13:38:00 25-11-2008"en een voetregel met de tekst:
"Ontvangst tijd 25. Nov. 2008 12:19 Nr. 9671"
tweede versie(prod. 2 inleidende dagvaarding) bestaat uit negen bladen. Het voorblad is gelijk aan dat van de eerste versie. Het achtste blad met paginanummer:
"-2-"bevat drie algemene bepalingen en na de woorden
"Aldus ondertekend te [woonplaats], op28 december 1999"zijn bij de namen van [appellant] en wijlen [geïntimeerde 2] handtekeningen geplaatst. Het negende blad bevat dezelfde tekst als de staat van aanbreng in de eerste versie. In afwijking van de eerste versie is op dit blad echter als datum van ondertekening 28 december 1999 vermeld. Het tweede tot en met het zesde blad geven vijf artikelen weer (gelijk aan de eerste versie) echter zonder inhoudsopgave. Daarna volgt in afwijking van de eerste versie een zevende blad met de leden 3 t/m 5 van artikel 5. Het lettertype van het tweede tot eh met het zevende blad wijkt af van dat van het voorblad en het achtste en negende blad. Het lettertype van het achtste en negende blad is gelijk aan die van het voorblad.
derde versie(prod. 1 memorie van grieven) bestaat uit tien bladen. Het voorblad is gelijk aan de eerste en tweede versie. Het negende en tiende blad zijn voor wat betreft de tekst gelijk aan het achtste en negende blad van de tweede versie, zij het dat als datum van ondertekening thans weer 19 oktober 1999 wordt vermeld. De lettertypen van deze drie bladen is gelijk maar wijkt af van dat gebruikt op het eerste tot en met het achtste blad waarop weer de vijf artikelen volledig zijn vermeld nu weer voorafgegaan door een inhoudsopgave.
“Zou [geïntimeerde 2] al een handtekening hebben geplaatst”is voor een dergelijke ontkenning onvoldoende. Daarmee staat vast dat de overgelegde geschriften een akte vormen, althans de door wijlen [geïntimeerde 2] ondertekende bladen daarvan.
“ten aanzien van de verklaring van een partij omtrent hetgeen de akte bestemd is ten behoeve van de wederpartij te bewijzen”. De vraag is derhalve welke van de niet van een handtekening voorziene bladen van het door [appellant] overgelegde geschrift, wijlen [geïntimeerde 2] door haar handtekening op de laatste bladen heeft willen authentificeren en daarmee tot akte heeft doen behoren.
enwijlen [geïntimeerde 2].