Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Groningen(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een gediplomeerd verpleegkundige, voerde werkzaamheden uit via bemiddelingsbureaus en een zorginstelling in het kader van AWBZ-zorg in natura. De kern van het geschil betrof de vraag of zij deze werkzaamheden zelfstandig uitoefende en of de VAR-beschikking van 2009 vertrouwen wekte dat haar inkomsten als winst uit onderneming zouden worden aangemerkt.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd. In hoger beroep stelde belanghebbende dat de bewijslast bij de Inspecteur lag om aan te tonen dat zij niet zelfstandig handelde, dat zij op de VAR-beschikking mocht vertrouwen en dat een reiskostenvergoeding van € 7.600 in aftrek mocht worden gebracht.
Het hof oordeelde dat de werkzaamheden niet zelfstandig waren, omdat de zorg werd geleverd door zorginstellingen die contracten sloten met afnemers en dat belanghebbende geen overeenkomsten met afnemers had gesloten. Bovendien had belanghebbende het VAR-aanvraagformulier onjuist ingevuld, waardoor zij geen vertrouwen kon ontlenen aan de VAR-beschikking. De reiskostenvergoeding kon niet in aftrek worden gebracht omdat de Wet IB 2001 dit niet toestaat bij loon uit dienstbetrekking.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.