Uitspraak
1.[belanghebbende 1]
2.[belanghebbende 2],
1.Het geding in eerste aanleg
Het geding in hoger beroep
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van verzoekster tegen de beschikking van de kinderrechter tot verlenging van de machtiging tot gesloten plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Verzoekster betwistte de duur van de verlenging van 2 juli 2014 tot 2 januari 2015 en stelde dat een kortere termijn van drie maanden voldoende was, mede omdat zij sinds augustus 2014 in een open groep verbleef.
De stichting, als verweerder, stelde dat de verlenging noodzakelijk bleef vanwege de complexe problematiek van verzoekster, haar geringe probleembesef en het risico op terugval. De moeder van verzoekster ondersteunde het standpunt van verzoekster en betwistte de juiste toepassing van artikel 29h lid 6 WJZ inzake de schorsing van de tenuitvoerlegging.
Het hof oordeelde dat verzoekster ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen heeft die haar ontwikkeling ernstig belemmeren en dat de verlenging van de machtiging tot gesloten plaatsing noodzakelijk is om te voorkomen dat zij zich aan noodzakelijke zorg zal onttrekken. De schorsing van de tenuitvoerlegging maakt dit oordeel niet anders, aangezien de wet deze mogelijkheid expliciet biedt om maatwerk in de hulpverlening te realiseren.
Het hof nam de motivering van de rechtbank over en bekrachtigde de beschikking tot verlenging van de machtiging. Tevens overwoog het hof dat de zeggenschap van de zorgaanbieder over de vrijheid van de minderjarige, binnen de kaders van rechterlijke toetsing, voldoet aan de vereisten van artikel 5 EVRM Pro. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot gesloten plaatsing tot 5 januari 2015 ondanks schorsing van de tenuitvoerlegging.