Uitspraak
[appellante],
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De vorderingen en beoordeling ervan in eerste aanleg
5.De omvang van het hoger beroep
grief 1betwist [appellante] dat de vordering van [geïntimeerde] spoedeisend was. Volgens de
grieven 2 en 3is de voorzieningenrechter bij zijn oordeel uitgegaan van foutieve veronderstellingen en niet onderbouwde stellingen van [geïntimeerde]. Ten onrechte, aldus
grief 4, oordeelde de voorzieningenrechter dat de veiligheid van [minderjarige] bij [appellante] niet voldoende gewaarborgd was.
Grief 5is gericht tegen de compensatie van proceskosten.