Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden en hebben in hun echtscheidingsconvenant een alimentatiebedrag van €300 afgesproken. De man is toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP), waarna de rechtbank de alimentatie heeft verlaagd naar €282 per maand. De man ging in hoger beroep met meerdere grieven, waaronder dat de rechtbank ten onrechte de bijstandsnorm gebruikte in plaats van het vrij te laten bedrag (VTLB) uit de WSNP.
Het hof overweegt dat het uitgangspunt is dat een saniet geen draagkracht heeft, maar dat het VTLB vermeerderd met vakantiegeld en overwerk minus reiskosten en eigen risico als inkomen geldt. De rechtbank had dit inkomen toegepast met alimentatienormen, resulterend in een draagkracht van €164,60. Het hof stelt dat belastingteruggaven inkomen zijn dat in de boedel valt en niet vrij besteedbaar is voor alimentatie. Het fiscale voordeel mag niet worden gebruikt voor onderhoudsbijdrage.
Het hof acht het redelijk dat de man €200 per maand betaalt aan partneralimentatie, waarbij geen sprake is van een hoger besteedbaar inkomen van de vrouw dan van de man, zodat een jusvergelijking niet nodig is. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het nieuwe bedrag vastgesteld. Proceskosten worden gecompenseerd vanwege de aard van de procedure tussen gewezen echtgenoten.
Uitkomst: De man moet vanaf 26 maart 2013 €200 per maand aan partneralimentatie betalen.