Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst kantoor Emmen(hierna: de Inspecteur).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was in 2009 werkzaam als freelance-vertegenwoordiger en heeft geen aangifte IB/PVV en ZVW gedaan. De Inspecteur stelde op basis van een boekenonderzoek een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 15.639 vast en legde aanslagen op. Belanghebbende betwistte deze aanslagen en stelde dat de schatting van de Inspecteur onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat de Inspecteur de omzet redelijk had vastgesteld op € 85.266 en de kosten op € 69.627, waarbij ook bijtellingen voor privégebruik van auto en woning waren meegenomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Het Hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat belanghebbende niet overtuigend heeft aangetoond dat de aanslagen onjuist zijn, mede gezien de omkering en verzwarende bewijslast wegens het niet doen van aangifte.
Belanghebbende voerde aan dat de omzet en kosten anders moesten worden berekend, dat advocaatkosten niet waren meegenomen en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden. Het Hof verwierp deze grieven, oordeelde dat de schatting van de Inspecteur marginaal wordt getoetst en dat de rechtbank terecht de redelijkheid van de schatting heeft bevestigd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde wegens onvoldoende onderbouwing. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen voor 2009 worden gehandhaafd.