Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Leeuwarden(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
€ 5,04
€ 887,52
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is voor het jaar 2012 aangeslagen voor landinrichtingsrente ter hoogte van € 887,52. Na afwijzing van bezwaar en beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen de aanslag.
De aanslag is gebaseerd op de Lijst der Geldelijke Regelingen (LGR) die is gesloten door de rechtbank Groningen, welke de kosten van de ruilverkaveling [D] over de kavels heeft omgeslagen. De ruilverkaveling valt onder de Landinrichtingswet 1985 (Liw), waarvan de bepalingen ook na intrekking in 2007 van toepassing blijven vanwege de voortgang van het project.
Het hof oordeelt dat de aanslag terecht is opgelegd en dat de grieven van belanghebbende, waaronder dat de toedelingsvonnissen niet aansluiten op het Plan van Toedeling en dat er geen juiste rechtsmiddelen zijn geboden, niet tot een ander oordeel leiden. De Hoge Raad heeft eerder bepaald dat het stelsel van rechtsbescherming van de Liw beperkingen kent, waaronder het niet kunnen aanvechten van de hoogte van het bedrag via bezwaar en beroep.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Proceskosten worden niet aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag landinrichtingsrente bevestigd.