De heffingsambtenaar van de gemeente Zwolle legde aan de erven van de heer A aanslagen op voor rioolrecht, afvalstoffenheffing en onroerende-zaakbelasting over verschillende jaren. Belanghebbende, een van de erven en woonachtig op het betreffende adres, maakte bezwaar tegen de aanslagen en de WOZ-waardebeschikkingen. De rechtbank verklaarde een deel van de beroepen niet-ontvankelijk en wees de overige beroepen af, behalve voor zover het ging om niet tijdig genomen besluiten, waarvoor dwangsommen werden toegekend.
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank. Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de aanslagen terecht waren gericht aan 'de erven van de heer A', aangezien hij als eigenaar in het kadaster stond ingeschreven. Tevens verwierp het hof de overige bezwaren van belanghebbende, waaronder die over afvalstoffenheffing en invorderingskwesties, omdat deze niet aan de orde konden komen in deze procedure.
Het hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan de partijen opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 28 januari 2014.